Het eiland waar ik mijn hart aan verloren heb. Waar het voelt als thuiskomen. Eiland in het hoge noorden. Slechts 20 minuten met de boot maar mijlenver qua gevoel. Het eiland waar mijn vader mij de liefde voor de natuur probeerde bij te brengen.

Zodra je de boot af rijdt vertraagt het leven. Alles waar je je druk om maakt lijkt van je af te glijden. De ruimte, de stilte, de natuur en de zilte zeewind vertellen je dat het goed is en dat je alles los kan laten. Je bent nu hier en hier is alles goed.

Texel is een wereld op zich. Met eigen natuur. Met eigen mensen. Met een eigen tempo en eigen humor. Een eiland waar tijd geen rol lijkt te spelen. Alles is rustiger, vertraagt, intenser. Hier leeft iedereen met de dag. Los en ver van de gesjeesde 24/7 economie waarin geen tijd is om stil te staan. Dat is wat me nog het meest aanspreekt. Het gevoel dat je hier met de dag leeft en even niets moet.

Het eiland met zijn eigen ecosysteem en zijn eindeloze diversiteit. Het oude Den Burg. Het haventje bij Oudeschild. De prachtige slufter. Het landschap dat het hele jaar door kleur heeft. De bossen die over gaan in duinen. Strandtenten die het hele jaar open zijn. Waar je in de zomer een verfrissend Skuumkoppe drinkt en waar je in de herfst en de winter bij de open haard warme chocolademelk met slagdroom drinkt, onder het genot van een goed boek of een goed gesprek.

Waar de vuurtoren in het noorden altijd als baken fungeert. Ingeklemd tussen de Noordzee en de Waddenzee. Niet alleen voor schippers op zee maar juist ook voor iedereen op het land. Als rots in de branding en icoon in talloze logo’s van Texelse producten.

Het eiland wat een plaats biedt aan vele tieners die voor het eerst op ouderloze vakantie gaan. Het Kogerstrand met zijn jongerencamping, waar het zo vies is dat je maandenlang jeukende voeten hebt na één keer douchen. De Koog met al zijn uitgaansgelegenheden. Met zijn internetcafé waar je ‘even’ met het thuisfront kon communiceren. Discotheek de toekomst, karten bij Circuitpark Karting Texel en hele dagen op het strand ‘hangen’, kijkend naar andere jongeren die je ’s avonds weer hoopt tegen te komen (of niet natuurlijk).

Texel. Het eiland waar ik samen met mijn ouders in mijn jeugd vele herfstvakanties heb versleten. Het eiland waar ik als tiener genoot, juist zonder ouders. Het eiland waar ik na de dood van mijn papa de rust vond waar ik zo naar zocht. Waar de pijn en de rouw lichter voelde. Iets wat thuis onmogelijk leek. Texel blaast mijn hoofd leeg en mijn hart open.

Hoe langer ik weg ben van Texel, hoe groter het verlangen om terug te gaan. De onrust in mij wordt groter naarmate ik langer weg ben. Alsof het eiland roept om terug te komen. Om even de boel de boel laten en te genieten van de natuur, de stilte, de ruimte. Om even uit de hectiek van alledag te stappen en te onthaasten.

Ik heb Texel bijna nodig. Die ruimte en dat één zijn met de natuur. Het buitenleven. Open haarden in de winter en zonsondergangen in de zomer. Het inspireert me. Wat er ook gebeurt, ik zal altijd weer terugkeren naar dit eiland. Naar dit tweede thuis. Naar dit prachtige stukje Nederland. Texel, je hebt mijn hart veroverd, voor altijd.

Een ode aan Texel